De Werfklas

Vraag & Antwoord

Afbeelding

Voortgezet onderwijs
Vanaf september 2019 is ons onderwijsaanbod uitgebreid met voortgezet onderwijs en bieden we sinds 2024 onderwijs voor leerlingen tot 18 jaar. Zie de rubriek Bovenbouw.

Hoe verloopt de afsluiting van de Werfklas en de doorstroming naar vervolgonderwijs?
Iedere leerling ontvangt aan het eind van de 12e klas een einddocument. Hierin staat een karakterisering van de leerling, gericht aan derden en een beschrijving van het behaalde niveau in alle vakken. Dit einddocument zal worden aangevuld met een overgangs­document dat toegang geeft tot MBO-opleidingen en het VAVO (HAVO en VWO-niveau). In dit eind­document worden de mogelijkheden en motivatie van de leerling zichtbaar en het kan aangevuld worden met gerichte portfolio onderdelen, zodat het ook als overgangsdocument voor HBO-opleidingen kan dienen. Eén en ander is altijd afhankelijk van de werkhouding en motivatie van de leerling.
De leerling kan ook kiezen voor het doen van staats­examen.
Voor de meeste HBO-kunstopleidingen is het doen van een 18+ toets als instroomvoorwaarde mogelijk. Voor álle HBO-opleidingen is dit het geval bij de 21+ toets. Vanaf het 21e jaar kan via het colloquium doctum toelating tot een universitaire studie volgen.

Wat houdt de kleinschaligheid van de Werfklas in?
We streven naar het behoud van de menselijke maat, qua leerlingen, ouders en team van leerkrachten. Dat betekent klassen van 10 tot 15 leerlingen. Het onderwijs is dan overzichtelijk en werkbaar in te richten in een duidelijke structuur, met persoonlijke contacten en korte lijnen, zonder bureaucratie. We kunnen echte aandacht hebben voor alle kinderen en jongelui. In een dergelijke structuur is het duidelijk dat we allemaal verantwoordelijkheid dragen.

Afbeelding

Leert het kind lezen en schrijven?
Zeker! Onlangs stond in een tijdschrift een artikel over mensen die pas leerden lezen toen ze kleinkinderen hadden, gewoon omdat het er nooit eerder van was gekomen. Zij beschreven hoeveel pijn ze hadden geleden aan hun analfabetisme. Ze beleefden die als een handicap.

Het is evident dat kinderen moeten leren lezen. Het gaat om het hoe. Want ga eens eerlijk bij uzelf na, wanneer werd het leuk om te kunnen lezen? Of is het dat nooit geworden? Sommige kinderen kunnen heel snel lezen en genieten van alle boeken, de inhoud maakt niet uit, als het maar letters zijn. Maar feitelijk zijn de boekjes de eerste jaren kinderachtig en saai. Veel kinderen gaan pas met plezier lezen als ze Harry Potter aankunnen. Er zijn kinderen die dan pas de motivatie kunnen opbrengen om te lezen. Ze willen die boeken kunnen lezen en hebben dan de wil om te leren lezen.

Is het nodig dat ze zich al die jaren door dat saaie leeswerk heen worstelen? Wij, als opvoeders/leerkrachten, houden ons intensief bezig met het HOE van het leren lezen en schrijven. Wat doet het menskundig met het kind als het leert lezen en schrijven? Hoe kunnen we het zo aanbieden dat het gezondmakend werkt op het kind? Van de levende, fantasierijke beeldende wereld van het kleine kind is het een hele stap naar de dode, abstracte lettertekentjes. Uit onderzoeken blijkt dat het kind - tot het leert lezen en schrijven - in staat is om creatief te denken, om creatieve oplossingen voor problemen te verzinnen. Dat gaat deels verloren op het moment dat er aanspraak wordt gemaakt op cognitieve leervermogens, zoals gebeurt bij het leren lezen. Je krijgt er een vermogen bij, maar je levert ook wat in. Wij zien het belang in van die creatieve stroom en houden het cognitieve leren in de kleuterklas sowieso terug. Ook daarna sluiten we aan bij de levendige, beeldende, beweeglijke wereld van het kind.

Het schrijven gaat bij ons vooraf aan het lezen. In het schrijven zet je je immers actief uiteen met de wereld. Vanuit het eigen betrokken handelen verbinding maken, vanuit de wil. Dat is waar het kind is in zijn ontwikkeling. Dat gaat vooraf aan het beschouwende denken dat bij het leren lezen aan de orde is.

In deze huidige, opbrengstgerichte maatschappij (men spreekt van ‘rendement’ van het onderwijs) vraagt dat natuurlijk om omdenken. Onze eerste neiging is toch vaak om het kind als een kleine volwassene te beschouwen.

Afbeelding

Hoe gaan jullie om met dyslexie?
Wat is dyslexie eigenlijk? Dat is de vraag die eraan vooraf gaat. Boeken vol zijn erover geschreven. Een interessant onderwerp.
Wat opvalt is dat dyslectische kinderen vaak kinderen zijn die heel sterk in beelden denken. Ze zien dingen meteen levendig voor zich. Bijvoorbeeld het woord ‘boom’, die zien zij direct voor zich, levensecht. Zo mogelijk klimmen ze er al in, of zien ze er een eekhoorntje dat een ander achterna zit en zwiert van tak tot tak. Een vogel die voorbijvliegt... als je niet oppast gaat dat beeld met ze op de loop en gaan ze er zozeer in op dat ze uit het hier en nu verdwijnen.
Dyslexie kan ook worden gedefinieerd als de gave om beeldend te kunnen denken.

Leren omgaan met beelden is belangrijk; niet het beeld is de baas, maar jij bent de baas. Aan de andere kant ervaren dyslectici een zekere leegte bij abstracte woorden als ‘zoiets’ of ‘de’. Als het ze niets zegt, verschijnt er geen beeld en gaan ze van alles proberen om wel iets te laten verschijnen. De letters worden gedraaid, allerlei mogelijke betekenissen gezocht, maar niet gevonden. Hoe ga je daar mee om?

Onze manier is dat de kinderen zoveel mogelijk via beelden toegang krijgen tot abstracties. Dat is al verankerd in onze pedagogie: Levende beelden aanbieden en stapje voor stapje tot vorm, tot abstractie, tot begrip laten komen. Dan kan het beklijven.

Dyslexie hebben is aan de ene kant vervelend, omdat het de kinderen veel moeite kost om met abstracties om te gaan. Wat je ziet is dat ze allerlei strategieën bedenken om met die handicap om te gaan. Daar worden ze vaak heel handig in, wat een bedrevenheid kan worden die ze ook op andere gebieden kunnen inzetten.

Welke methode gebruiken jullie?
Geen. Dat wil zeggen, onze methode ontstaat uit de samenwerking tussen leerling en leraar. Natuurlijk is er een plan van tevoren, van wat we aan willen bieden, maar hoe en wanneer precies is mede afhankelijk van het kind. Houdt een kind erg van timmeren, waarom dan gaan rekenen in saaie rijtjes en niet de sommen verbinden met waar het eigenlijke enthousiasme van het kind ligt? Voor de leerkracht is het dan de kunst om sommen te maken waar het beroep van de timmerman in te herkennen valt.

Wanneer leer je iets als mens? Als iets je interesseert, of als degene die het brengt zoveel enthousiasme en verbinding met iets heeft, dat een onderwerp je ineens gaat interesseren. De persoonlijke betrokkenheid van de leerkracht in relatie tot wat men het kind wil leren is van doorslaggevend belang. Hoe meer je zelf ermee worstelt om je met een onderwerp te verbinden, hoe meer het bij een kind aankomt.

Wat cruciaal is – zowel bij de leerkracht als bij het kind - is de belangstelling, de wil om je te verbinden met wat er in de wereld is. Die interesse voor de wereld, als innerlijke houding, is misschien nog belangrijker om te leren dan het geleerde zelf. Je kunt er een leven mee vooruit.

Sociale media
Op en tijdens school is het gebruik van mobiele telefoons en smart-phones door leerlingen niet toegestaan. De telefoons worden ’s ochtends ingeleverd bij de leerkracht en ’s middags weer meegenomen. Er zijn gelukkig vele leerlingen die geen telefoon hebben.

Wij vragen de ouders zeer terughoudend te zijn in het gebruik van sociale media. Buiten schooltijd maken leerlingen in de bovenbouw vaak gebruik van Whatsappgroepen, wat kan leiden tot sociaal onveilige situaties tussen leerlingen. Wij vragen de ouders nadrukkelijk om hierop toezicht te houden en zo nodig in te grijpen en het de leerkracht te melden.