
In de kleuterklas wordt heel veel gespeeld. Er hoeft niets vooraf gekozen te worden, het spel mag ontstaan.
Ons uitgangspunt is dat kinderen tot een jaar of zeven vooral leren door te doen. In de kleuterklas spelen ambachtelijke bezigheden een grote rol (brood bakken, schoonmaken, fruit snijden, wassen, handwerken) Dit zijn begrijpelijke handelingen voor de kinderen die ze zonder uitleg kunnen nabootsen.
Elke dag kent een vaste opbouw. We beginnen met het kneden van het deeg, soepgroenten of fruit snijden. Daarna begroeten we de nieuwe dag met liedjes en beweging. De klassenkabouter wordt gewekt, er is ruimte om iets te vertellen. Dan volgt een gezamenlijk ochtendspel, een kringspel met liedjes en veel beweging, afgestemd op de tijd van het jaar. Ook hierbij is de nabootsing van groot belang.

Door de herhaling van alles wat aangeboden wordt, weten de kinderen waar ze aan toe zijn. Deze duidelijke structuur geeft rust en veiligheid. Als we met elkaar hebben opgeruimd, wordt er samen gegeten. Dan is het tijd om naar buiten te gaan; weer of geen weer.
De dag wordt afgesloten met een mooi verhaal. Ook dit verhaal wordt meerdere malen verteld, of er wordt een tafelspel van gemaakt.
Elke dag is er een andere activiteit: tekenen, schilderen, handwerken, wandelen, koken en bakken. Naast het dag- en weekritme speelt het jaarritme een grote rol. De seizoenen en de daarbij horende jaarfeesten vormen als het ware een ketting door het jaar. “O ja, dat weet ik nog van vorig jaar”, is dikwijls te horen bij de aanvang van een nieuw jaarfeest.
Om 13.00 uur gaat de klassenkabouter weer slapen en gaan de kleuters moegespeeld weer naar huis.
